Interaktív szintfelmérő teszt
holland nyelvből
Holland szintfelmérő teszt

Holland

IV. Középfokú vizsgaszint

15 kérdés

1Válassza ki, melyik a helyes!
Wil je naar de winkel gaan? We hebben thuis geen meer brood.
Wil je naar de winkel gaan? We hebben thuis al geen brood.
Wil je naar de winkel gaan? We hebben thuis geen brood meer.
Wil je naar de winkel gaan? We hebben thuis niet meer brood.
2Válassza ki, melyik a helyes!
Ik moest eergisteren op kantoor niet te werken.
Ik moest eergisteren op kantoor niet werken.
Ik hoefde eergisteren op kantoor niet werken.
Ik hoefde eergisteren op kantoor niet te werken.
3Válassza ki, melyik a helyes!
Uit welk spoor is de trein vertrokken?
Van welk spoor is de trein vertrokken?
Uit welk spoor heeft de trein vertrokken?
Van welk spoor heeft de trein vertrokken?
4Válassza ki, melyik a helyes!
We hadden zondagmiddag naar het museum willen gaan opdat we de tentoonstelling te bekijken.
We waren zondagmiddag naar het museum willen gaan om de tentoonstelling te bekijken.
We waren zondagmiddag naar het museum willen gaan opdat de tentoonstelling bekijken.
We hadden zondagmiddag naar het museum willen gaan om de tentoonstelling te bekijken.
5Válassza ki, melyik a helyes!
Ze hebben vanmorgen in de stad te snel gereden zodat ze een boete moeten betalen.
Ze zijn vanmorgen in de stad te snel gereden zodat ze moeten een boete betalen.
Ze hebben vanmorgen in de stad te snel gereden zodat moeten ze een boete betalen.
Ze zijn vanmorgen in de stad te snel gereden zodat ze een boete moeten betalen.
6Válassza ki, melyik a helyes!
Herinneren jullie zich die schaatser, die vorig jaar drie wedstrijden heeft gewonnen?
Herinneren jullie zich die schaatser, wie vorig jaar drie wedstrijden heeft gewonnen?
Herinneren jullie je die schaatser, die vorig jaar drie wedstrijden heeft gewonnen?
Herinneren jullie je die schaatser, wie vorig jaar drie wedstrijden heeft gewonnen?
7Válassza ki, melyik a helyes!
Als ik gisteravond naar thuis ging, vond ik mijn voordeur open.
Toen ik gisteravond naar huis ging, stond ik mijn voordeur open.
Toen ik gisteravond naar thuis ging, stond ik mijn voordeur open.
Als ik gisteravond naar huis ging, vond ik mijn voordeur open.
8Válassza ki, melyik a helyes!
Als het niet zou regenen, liepen we naar de stad.
Als het niet zou regenen, hebben we naar de stad gelopen.
Als het niet zou regenen, lopen we naar de stad.
Als het niet zou regenen, zijn we naar de stad gelopen.
9Válassza ki, melyik a helyes!
Als ik meer geld heb gehad, had ik een duurdere woning gekopen.
Als ik meer geld had gehad, had ik een duurdere woning gekocht.
Als ik meer geld had gehad, had ik een duurdere woning gekopen.
Als ik meer geld heb gehad, had ik een duurdere woning gekocht.
10Válassza ki, melyik a helyes!
De waterleiding werk weer goed omdat zij vanochtend door de loodgieter is gerepareerd.
De waterleiding werkte weer goed omdat zij vanochtend door de loodgieter wordt gerepareerd.
De waterleiding werk weer goed omdat zij vanochtend door de loodgieter wordt gerepareerd.
De waterleiding werkt weer goed omdat zij vanochtend door de loodgieter is gerepareerd.
11Válassza ki, melyik a helyes!
Hun baas hield gisteren een toespraak en hij praatte drie uren lang tegen hun.
Hun baas hield gisteren een toespraak en hij praatte drie uren lang voor hen.
Hun baas hield gisteren een toespraak en hij praatte drie uur lang tegen hen.
Hun baas hield gisteren een toespraak en hij praatte drie uur lang voor hun.
12Válassza ki, melyik a helyes!
Ja, ik ben met u eens, maar ik kan er ook niets mee doen.
Ja, ik ben het met u eens, maar ik kan er ook niets aan doen.
Ja, ik ben met u eens, maar ik kan er ook niets aan doen.
Ja, ik ben het met u eens, maar ik kan er ook niets mee doen.
13Válassza ki, melyik a helyes!
Tussen haar klasgenoten zijn slechts vijf jongens.
Onder haar klasgenoten zijn slechts vijf jongens.
Tussen haar klasgenoten zijn slecht vijf jongens.
Onder haar klasgenoten zijn slecht vijf jongens.
14Válassza ki, melyik a helyes!
Hun opleiding duurde zes maand en ze vonden het leuk genoeg om ook de opleiding voor gevorderden te gaan volgen.
Hun opleiding duurde zes maanden en ze vonden het genoeg leuk om ook de opleiding voor gevorderden te gaan volgen.
Hun opleiding duurde zes maand en ze vonden het genoeg leuk om ook de opleiding voor gevorderden te gaan volgen.
Hun opleiding duurde zes maanden en ze vonden het leuk genoeg om ook de opleiding voor gevorderden te gaan volgen.
15Válassza ki, melyik a helyes!
Het toestel is bezet, meneer. Ik verbind u door met een andere afdeling.
Het toestel is in gesprek, meneer. Ik verbind u in met een andere afdeling.
Het toestel is in gesprek, meneer. Ik verbind u door met een andere afdeling.
Het toestel is bezet, meneer. Ik verbind u in met een andere afdeling.
Teszt kiértékelése
Az Ön által kitöltött teszt -os.
kérdésből jó választ adott.

Küldje el nekünk a kitöltött tesztet, hogy az eredményei alapján felmérhessük nyelvtudását és megfelelő oktatási formát kínálhassunk Önnek.
Írja meg, hogy hetente hányszor, hány órában, mely napokon, milyen időpontokban ér rá? Csoportos vagy egyéni tanfolyamra járna szívesen?

Kérjük, adja meg a nevét!
Kérjük, adja meg az email címét!
Kérjük, adja meg a telefonszámát!
Kérjük, töltse ki a szükséges mezőket!
Üzenet elküldve.
A másolatot elküldük az Ön által megadott email címre is.
Amennyiben nem kapná meg (ellenőrizze a spam mappát is!), kérjük keressen minket telefonon.
Sajnos valamiért nem sikerült elküldeni az üzenetet.
Kérjük, próbálkozzon újra, vagy vegye fel velünk a kapcsolatot telefonon.
Üzenet elküldve.
Amennyiben nem kapna tőlünk választ, kérjük keressen minket telefonon.
Rendben